VTV Runderweg

Huishoudelijk reglement van de VTV Runderweg per 1 juli 2017

(H.H. reglement herzien op 24 febr. 2012, 27 febr. 2015 en 24 febr. 2017) 

Artikel 1. TUINREGELS

1. De leden zullen hun tuin benutten voor het telen van groenten, aardappelen en/of vruchten. Ook mogen bloemen en sierstruiken worden gezaaid/geplant. Bomen die geen eetbare vruchten opleveren mogen niet op de tuin worden geplant.

2. Producten geteeld op de tuinen mogen uitsluitend tegen kostprijs worden verhandeld.

3. De tuin dient elk jaar vóór 1 mei te zijn gespit of op gelijkwaardige wijze te zijn bewerkt.

4. Elk lid dient zijn tuin onkruidvrij te houden, eventueel door middel van afdekking van de grond met water doorlatend materiaal zoals bijv. worteldoek. Het gebruik van dergelijk materiaal is echter niet toegestaan in de periode tussen 1oktober en 1 maart. Houtsnippers zijn hiertoe niet toegestaan. Ook een strook van 20 cm buiten de omheining langs het pad dient men onkruidvrij te houden; doodspuiten van deze strook is niet toegestaan.

5. Tuinafscheidingen dienen te bestaan uit draadgaas met een maximale hoogte van 1 meter. Andere materialen zijn niet toegestaan behalve, na overleg met het bestuur, voor de buitenomheining langs singels.

6. Opstallen mogen alleen in overleg met het bestuur worden geplaatst en wel uitsluitend in lijn aan dezelfde kant van de tuin. Per aaneengesloten tuin maximaal één opstal. De opstallen, inclusief afdak/veranda, mogen niet meer dan 10% van de tuinoppervlakte innemen, met een maximum van 20 m2. Ze mogen geen schaduw veroorzaken in een belendende tuin. Dat houdt in een afstand van tenminste 2 meter tot de perceelgrens.

7. Kassen kunnen deel uitmaken van de opstal of kunnen in de tuin worden geplaatst. Bij plaatsing in de tuin moeten ze uit glas of plastic bestaan. Plaatsing gebeurt in overleg met het bestuur. Per tuin van 2 are is het toegestaan een zgn. tunnelkas ter grootte van 25 m2 te plaatsen. Ook hiervoor geldt dat men tenminste2 meter afstand van de perceelgrens in acht neemt. Dat houdt verder in dat in kleinere tuinen geen tunnelkassen opgericht kunnen worden. Plaatsing gebeurt in overleg met het bestuur.

8. Opstallen en omheiningen dienen in goede staat te zijn.

9. Verharding van tuinpaden mag uitsluitend uit tegels of klinkers bestaan. Gebruik van grind in de tuin is niet toegestaan.

10. Het tuincomplex is verboden voor honden, tenzij deze zijn aangelijnd. In geval van overlast kan het bestuur een verbod opleggen om een hond op het complex te hebben.

11. Op het complex mogen geen kippen en zoogdieren meer worden gehouden. De nu bij tuinders aanwezige kippen (max. 10) worden gedoogd; afbouw vindt via natuurlijk verloop plaats; vervanging of aanvulling is evenmin toegestaan. Andere dieren mogen niet worden gehuisvest. Bijen houden is wel toegestaan.

12. De leden dienen hun tuinafval op hun eigen tuin te houden; dus niet in de singel.

13. Opslag in de tuin of in de opstallen van (gevaarlijke) stoffen, materialen, producten e.d. die niet nodig zijn bij tuinieren is niet toegestaan.

14. Per tuin van 2 are mag maximaal 1m³ stalmest worden opgeslagen. Deze mag uitsluitend op de eigen tuin, dus niet op paden of in de singel, worden opgeslagen. De mest moet tenminste 5 m uit een sloot en op minimaal 2 m van de grens met een buurtuin worden opgeslagen en wel achter in de tuin, d.w.z. niet aan de zijde waar de opstallen staan. Om te voorkomen dat mestvocht in de grond loopt en om stank tegen te gaan dient de mesthoop goed met zeil te worden afgedekt.

15. Struiken klein-fruit moeten op tenminste 1 meter van de afscheiding worden geplant. Voor vruchtbomen is deze afstand 2 meter.

16. Bij opdooi mag binnen het complex niet met de auto over onverharde wegen worden gereden. Ook op de grasstroken langs het complex mag niet met auto’s worden gereden.

17. Vanwege de wet op de aardappelmoeheid mag jaarlijks niet meer dan een derde van de grond worden beteeld met aardappelen en tomaten. Welk deel dit is wordt in het voorjaar bekend gemaakt.

18. Om te voorkomen dat ziekten en plagen zich ontwikkelen op de tuin dient vruchtwisseling te worden toegepast. Dat houdt in dat gewassen niet meerdere jaren op dezelfde plaats mogen worden geteeld.

19. Bij de toepassing van chemische bestrijdingsmiddelen dient er zorg voor te worden gedragen dat niets van de spuitvloeistof op naburige tuinen terechtkomt.

20. Tuinruil kan uitsluitend in overleg met het bestuur plaats vinden. Onderverhuur is niet toegestaan

21. Om besmetting van andere tuinen te beperken, dient de tuinder bij het optreden van de ziekte Phytophthora in aardappelen of tomaten, onmiddellijk het loof met een chemisch middel dood te spuiten dan wel af te snijden en van het complex te verwijderen.

22. In tuinen die niet toegankelijk zijn voor de tuincontrole-commissie mogen geen aardappelen en/of tomaten worden verbouwd

23. Bij beëindiging van het lidmaatschap moet de tuin uiterlijk 1 november schoon worden opgeleverd, d.w.z. zonder bomen planten(resten) en struiken alsmede glas, hout, stenen  en dergelijke. Als hieraan niet wordt voldaan vervalt de borgsom aan de vereniging en worden meerkosten voor het weer in goede staat brengen van de tuin in rekening gebracht.

24. Bij grove overtredingen of diefstal volgt onmiddellijke ontzegging van de toegang tot het complex, met verbeurdverklaring van alle nog op de tuin aanwezige producten. De betrokken tuinder verliest onmiddellijk alle rechten.

 Artikel 2. FINANCIEN EN SECRETARIAAT

1. Het lidmaatschap van de vereniging en de tuinhuur gaan in op 1 november; het lidmaatschap eindigt op 31 oktober van het volgende jaar.

2. Tuinhuur en contributie voor het komend tuinjaar dienen vóór 1 december te zijn voldaan. Als het verschuldigde bedrag na een eerste aanmaning niet binnen een maand is voldaan wordt Є10.-extra in rekening gebracht.

3. Langdurige ziekte, ongeval of langdurige afwezigheid dienen te worden gemeld aan het secretariaat. Als de betrokken tuinder zelf niet voor vervangend tuinonderhoud kan zorgen wordt verwacht dat naburige tuinders hulp bieden.

4. Opzeggingen dienen schriftelijk vóór 1 november te worden gemeld aan het secretariaat. Ook verhuizingen moeten aan het secretariaat worden meegedeeld.

 Artikel 3. COMMISSIES

Tuincontrolecommissie

1. Op de jaarvergadering wordt een tuincontrolecommissie ingesteld, bestaande uit tenminste 2 leden. De commissie zal handelen overeenkomstig door het bestuur te geven instructies De commissie rapporteert aan het bestuur over de gang van zaken op het tuincomplex.

2. Jaarlijks zal een lid van de commissie aftreden, volgens een door het bestuur op te maken rooster. Het aftredende commissielid is terstond herkiesbaar. Leden van het bestuur kunnen zitting nemen in de tuincontrolecommissie.

3. Het bestuur is bevoegd een commissielid als zodanig te schorsen tot de eerstvolgende algemene ledenvergadering of zoveel korter, indien het bestuur dit in het belang van de vereniging nodig acht.

  Commissie van beroep.

Zie artikel 15 van de statuten op pag. 8 en 9.

  Artikel 4. CONTROLE EN BEROEP

1. De controlecommissie houdt gedurende het tuinjaar een aantal tuincontroles. Tuinen dienen voor de commissie toegankelijk te zijn.

2. Bij niet nakomen van de tuinregels wordt door het bestuur schriftelijk een waarschuwing gegeven en een termijn genoemd waarbinnen het betreffende probleem moet zijn opgelost. Als hieraan niet is voldaan volgt een tweede brief met daarin een uiterste datum waarop het probleem volledig dient te zijn verholpen. Bij niet nakomen hiervan volgt ontzetting als lid en verbeurdverklaring van op de tuin aanwezige producten.

3. Een lid heeft het recht om binnen 7 dagen na verzending van de schriftelijke waarschuwing bij het bestuur een schriftelijk verzoek in te dienen om herziening van de waarschuwing. Het bestuur bespreekt het verzoek met het lid en neemt daarna een bindend besluit.

4. Het besluit op het verzoek om herziening wordt schriftelijk aan het lid meegedeeld. In het geval dat de waarschuwing gehandhaafd blijft wordt daarin de uiterste datum genoemd waarop het probleem volledig dient te zijn verholpen. Bij niet nakomen hiervan volgt ontzetting als lid en verbeurdverklaring van op de tuin aanwezige producten.

5. In geval van ontzetting of royering moet de tuin schoon en zonder opstallen worden opgeleverd. Gebeurt dit niet dan worden de opruimkosten verhaald op het geroyeerde lid.

6. Leden hebben het recht om tegen een besluit van het bestuur inzake ontzetting in beroep te gaan bij de commissie van beroep. Zie artikel15 van de statuten.

 

Bij zaken waarin in dit reglement niet is voorzien, beslist het bestuur.



 

 


Statuten.pdf (183.08KB)
Statuten.pdf (183.08KB)