VTV Runderweg

Composteren in de moestuin

Compost bestaat uit afgebroken groen-afval (GFT). Bacteriën, schimmels en beestjes als wormen en slakken zetten het afval om tot een voedzame bron van planten. Let bij de aanleg van een eigen composthoop op dat hij zo gevarieerd mogelijk moet zijn. Zorg voor de juiste verhouding van vochtig en droog materiaal, slap en stevig, grof en fijn, koolstofrijk (zaagsel, snoeihout, stro, boombladeren) en stikstofrijk (gras, mest, tuinafval). Sorteer je tuinafval op kleur, groen en bruin, en leg die om en om in lagen op de hoop, de zogenoemde lasagne-methode. Gebruik eventueel een hakselaar om grof tuinafval klein te krijgen.

Voldoende lucht in de composthoop versnelt het proces en voorkomt nare luchtjes. Keer de hoop daarom elke zes weken ondersteboven. De meeste compostbakken hebben onderin een klep, zodat je de compost er uit kunt scheppen en bovenop kunt gooien. Je kunt ook een beluchtigingsstok in de hoop steken om hem te beluchten, doe dat ongeveer een keer per week.

Voorkom dat de composthoop te nat of te droog wordt. Bij te veel regen spoelen de voedingsstoffen weg of ontstaat een tekort aan lucht. Als de hoop te warm wordt dan werken de bio-organismen minder goed. Plaats de hoop of vat daarom onder een boom of een afdak, half beschut tegen de zon en regen, is een goede plek.

Plaats een composthoop minimaal vijf meter van een vijver vandaan. De meststoffen kunnen het water vervuilen.

Je kunt mest, gips of kalk toevoegen aan de composthoop. Daarmee kun je het composteren versnellen, zonder dat je speciale compostversnellers nodig hebt. Bovendien gaat kalk verzuring tegen. Bij natuurlijk composteren is dit niet nodig.

Zeef de verzamelde compost met bijvoorbeeld kuiken- of centimetergaas. De fijne compost is geschikte voeding voor planten.


Wat composteren??

Niet al het groenafval mag op de composthoop. Zie hieronder wat je over het algemeen wel en niet zelf mag composteren. Als je een roterende composter gebruikt, kun je meer afval zelf composteren dan hieronder genoemd. Moet je groenafval (bijvoorbeeld snoeiafval) verplaatsen, huur dan een speciale groenaanhanger.


Wel composteren

  • snoeiafval in kleine stukjesgrasmaaisel

  • herfstbladeren

  • eierschalen

  • koffiefilters en koffiedik

  • rauwe groenten en fruit

  • houtsnippers

  • mest van kleine, plantenetende huisdieren (konijnen, duiven)

  • noten en pitten

  • doppen van pinda´s en noten

Niet composteren

  • gekookte etensresten
  • vetten
  • schillen van niet-biologische aardappelen en citrusvruchten
  • kattenbakkorrels en -poep
  • onkruid en zieke planten
  • coniferentakken
  • bloeiende en zaaddragende planten
  • vlees en botjes
  • koffie-pads en theezakjes
  • peuken, sigaretten-as
  • composteerbare kunststof (met kiemplant- of OK Compost-logo)
  • houtskool
  • kaaskorsten


Hoe composteren

Verspreid ongeveer twee centimeter compost over je gehele tuin. De wormen komen hierdoor naar boven en nemen het materiaal in zich op. Het verteerde afval van de wormen, ook wel humus genoemd, vormt het voedsel voor de planten en bomen in de tuin. De snelle verspreiding van de wormen worgt voor veel gangen in de grond, daardoor verdwijnt wateroverlast en kunnen planten en bomen hun wortels dieper nestelen. Ze krijgen een mooier wortelgestel en kunnen makkelijker zuurstof, voedingsstoffen en water opnemen.

 

De planten en bomen in de tuin worden sterker, gezonder, bloeien langer en zijn minder vatbaar voor ziekten en plagen. Als je eenmaal een keer begonnen bent met composteren, moet je de wormen elk jaar voorzien van eten. Je moet dus elk jaar opnieuw compost verspreiden over je tuin. Maar verder kun je de natuur zijn werk laten doen.


Wat moet er bij wat?? Waar wel of geen mest??

Aardappels: compost in de voor of later bovenop

Aardbeien: geen mest, wel houtskool of hout-as en compost uit het bos

Andijvie: heeft veel stikstof nodig dus goed composteren. Doe er ook wat oude mest bij

Bloemkool: organische mest (oude) in de plantgaten. De wortels mogen niet in direct contact komen met de mest. Doe er dus wat aarde tussen

Boerenkool: geen bijzonderheden. Doen het bijna altijd goed

Bonen: geen mest, wel veel zaagsel door de oppervlakte

Bruine bonen: zaagsel en compost

Chinese kool: goed composteren

Doperwten: ze kunnen niet tegen een lage PH. De grond wat bekalken en goed composteren kan helpen. Absoluut niet bemesten

Koolraap: geen mest, wel compost

Kroot (rode bietjes): geen verse mest, wel compost

Mais: mest boven op de grond

Prei: het liefst waar bonen hebben gestaan. Ze stellen hoge eisen aan de grond. Mest en compost op de grond strooien

Rabarber: mest in het najaar strooien

Radijs: absoluut geen mest, goed als nateelt van vroege groente

Rode kool: compost in het kuiltje

Sjalot: mest tussen de rijen

Spinazie: op de vochtige, voedzame grond, dus compost

Spitskool: compost in het kuiltje

Spruitkool: plaatsen tussen gewas wat in de loop van de zomer verdwijnt

Tomaat: evt. op broeimest. 5 cm aarde tussen wortels en mest

Tuinbonen: ne het zaaien mest strooien. Alleen toppen als men vroeger bonen wilt hebben of als er luis in komt

Uien: organische mest over de grond

Witlof: geen bijzonderheden hier

Witte kool: als bloemkool en rode kool

Wortelen: absoluut geen mest. Niet zaaien waar het jaar ervoor ook wortelen hebben gestaan of in de buurt ervan. De grond niet van tevoren losmaken. Strooi tijdens het zaaien wel wat hout-as mee